All is well,
hiermee stel ik iedereen gerust die zich zou afvragen waarom ik me niet eerder terug aan het schrijven heb gezet. Ik heb mijn zeer kleine maar trouwe schare blogfans verwaarloosd en het dringt nu tot me door, bij deze een welgemeende ’pardon’.
Back to business, u wilt als lezer weten hoe het mij vergaat dus ik probeer u mijn recente exploten zo diverterend mogelijk vast te leggen.
De voorbije weken waren vrij druk en nog steeds omwille van de ruime getale aan bezoekers die mijn tweede thuisbasis willen verkennen. Een crash course Hongarije voor Belgen is blijkbaar in trek want na eerder bezoek zijn nu ook Liesbeth, Mieke, Swaas, Julien en Vincent het leven der Magyaren komen observeren. Bovendien was er prachtig weer en konden we het volledig programma zonder dikke jassen en sjaals afwerken. Dat is wel eens anders geweest.
De week erna kwamen Drago en zijn vriendin Dessi, mijn Bulgaarse connectie, ook afgezakt naar Budapest. Het was ongeveer 10 maanden geleden dat ik Drago het laatst zag bij ons afscheid op de stoep in Koekelberg, op zich geen eeuwigheid maar het deed deugd om hem terug te zien en te weten dat het goed met hem gaat. Ze hebben het hier naar hun zin gehad en kregen het vaste Budapest aangeboden. Beide hadden echter lucht gekregen van de nabijheid van de Oostenrijkse hoofdstad Wenen en zijn ook naar daar gespoord voor 2 nachten. Bulgaren en Belgen, daar wordt in de toekomst nog een vervolg aan gebreid, wie weet met een zomervakantie in Bulgarije...
De goeie anderhalve week vakantie in België was ook de moeite met het vroege maar perfecte zomerweer. Ik ben aangekomen met een winterjas en niets dan jeansbroeken, hemden met lange mouwen, etc... Ik heb meer als de helft van mijn kleren die ik meehad niet kunnen gebruiken! Geen probleem, voor zo’n goed weer heb ik wel wat over.
Uiteraard het langverwachtte bezoek aan de Zoo afgelegd en ook een reeds veel te lang uitgestelde ’city’trip naar Dinant. Op vraag vam Réka trokken we naar het Waalse landsgedeelte met de trein en met heel goed weer. Een anderhalf uur later kwamen we aan voor onze bezoeken aan de citadel en de grotten en een boottocht op de Maas. Toerist in eigen land dus maar er ten zeerste van genoten. De laatste keer dat ik terechtkwam in deze metropool was in de lagere school en een rekensommetje zegt mij dat dat ondertussen al zeker 11 jaar geleden moet zijn (en wss meer).
Terug in Budapest was een vreemd gevoel. Alles leek anders maar ook heel bekend. Het verschil met toen ik hier pas aankwam met de gedachte ’hier moet ik mij dus gaan thuisvoelen’ was al volledig weg. Het gevoel was er eerder één van ’ik moet hier nog zoveel zien en doen voor ik terugga’. Het verbaasde me des te meer dat de tijd die ik hier ben zo voorbij is gevlogen. Het lijkt nog maar gisteren dat ik hier mijn valies neerplofte. De zon was hier ook direct van de partij bij onze terugkomst en dit weekend voorspelt men temperaturen van bijna 30 graden. Jammer genoeg moet Réka nu alles uit de kast halen voor haar zware examenreeks die haar te wachten staat omwille van haar terugkeer naar Brussel binnen een paar maanden al. Fingers crossed dus en hopelijk wordt het een goed resultaat net als vorige keer.
Ik wil trouwens iedereen die mij een reactie achterliet op mijn vorige post nu graag van antwoord dienen. Ik vond jullie opmerkingen plezant om te lezen en het feit dat dit jullie kan overhalen om een berichtje achter te laten nog meer. Dat duidt erop dat de problematiek erg leeft.
Ik weet niet waarom ik de laatste keer die paragraaf nog aan mijn blog heb geplakt, het deed deugd om het te kunnen neertypen, dat wel. Maar het is en blijft een mening en daarmee moet men altijd voorzichtig zijn. Zeker als het over Vlamingen en Walen gaat.
Ik probeer zoveel mogelijk vanuit de buik te schrijven, en een soort van ’guttfeeling’ in deze blog te steken. Laat het ons nog net geen soort van therapie noemen. Ik schrijf omdat er mij iets van het hart moet en als ik daarvoor een platform krijg of zelf kan maken via deze blog dan zal ik het aangrijpen. Maar daarmee is dan ook gezegd wat het is. Het is en blijft één van de ontelbare aantallen blogs op het world wide web.
Communautaire problemen zijn talrijk en van diverse aard, ik heb een duidelijke mening op dit vlak maar ze wijzigt van situatie van situatie. Ik zal het met recente voorbeelden illustreren.
Enerzijds, als Marino Keulen beslist om franstalige burgemeesters in enkele van de faciliteitengemeenten niet te benoemen omdat zij tegen regels zondigen die rechtstreeks ingaan tegen het gezond verstand en taalwetgeving die werd goedgekeurd door beide taalgroepen dan is dat niet kortzichtig van Keulen maar gewoon hypocriet van de FDF-verkozenen. Ik zeg dus dat die burgemeesters het spel maar moeten meespelen tot het moment waar de wet is aangepast en zegt dat ze nu gelijk welke taal mogen spreken in de gemeenteraad.
Blijkbaar heb ik iets graakt de laatste keer toen ik zei dat ik het ongehoord vond dat het recht op sociale woning werd gekoppeld aan een taalexamen. Een reactie van Thibaut liet mij echter verstaan dat ik misschien niet duidelijk genoeg was:
quote: ’Natuurlijk zal het bezit van een taalbrevet hier niets aan veranderen en moet de oplossing gezocht worden in een beter tewerkstellingsbeleid voor allochtonen, gelijke rechten voor allochtonen, een beter onderwijs met respect voor culturele diversiteit, enz. Maar als signaal naar de inwijkeling toe vind ik dat taaldiploma toch wel positief.’
Ik ga hiermee volmondig mee akkoord, zeker als persoon in het buitenland die maar al te goed weet een taal voor iemand kan betekenen. Het behalen van een taaldiploma moet aangemoedigd worden, gestimuleerd en misschien zelfs beloond. Dit vraagt inspanning van zowel inwijkeling als overheid in de vorm van tijd en middelen. Maar ik trek de lijn bij het koppelen van een taaldiploma aan het verstrekken van huisvesting. Immigranten zijn voor het merendeel niet voorzien van de nodige bagage om direct in een ander land een hoge vlucht te nemen. Werk, huisvesting en sociale zekerheid zijn een essentiële basis om als mens een toekomst uit te bouwen. De taal is daar een onderdeel van en kan enkel positief werken. Maar waarom richt de minister zijn pijlen op de bevolkingsgroep die de basis mist? Door een dergelijke maatregel wordt er in plaats van het verlagen van de drempel to het verkrijgen van een woning en de integratie te bevorderen eigenlijk een hindernis opgetrokken. Integratie heeft te maken met een mentaliteit van interactie, samenwonen en het verlangen om er bij te willen horen. Er zal altijd een vast percentage de andere kant opkijken en voor deze mensen is een andere hardere aanpak nodig. Sociale woningverstrekking bereikt echter veel meer mensen die hierdoor het minder makkelijk krijgen. Zalven en slaan horen bij elk leerproces, en dus ook bij taalcursussen, maar sla de leerling niet nog voor hij op zijn stoel zit, zeker als de zwakkere leerling wat extra hulp kan gebruiken.
Anderzijds treed ik minister Keulen dan weer bij als hij vindt dat anderstalige kinderen ook welkom zijn op een Vlaamse speelpleinwerking in Lebbeke, daarvoor verwijs ik naar een eerdere blogpost.
Ik ben ik het spuugzat om te horen dat er geen Belgen meer zijn, we zijn of Vlaming of Waal. Brusseleir bestoe ni mie ofwa? Ik heb heel mijn leven in de noordrand gewoond, mijn moedertaal is nederlands (’le flamand’ bestaat in mijn ogen niet, dan kunnen we binnen dezelfde logica West Vlaams een aparte taalstatus geven) en ik heb frans geleerd. Het is niet super maar meer als voldoende om een verstandig gesprek te voeren en bijna alles te verstaan. Ik heb niet altijd met plezier de conditionnel présent geleerd in het middelbaar maar nu komt het mij toch goed van pas. Ik voel mij dan ook op basis van taal en locatie Belg. Whatever that might be natuurlijk, ik ben immers niet voor dit hele identiteitsdiscours. Het concept België wordt immers in mijn ogen aantrekkelijk omdat het net een zeer moeilijk vast te leggen concept is. Hiermee bedoel ik dat hoe ruimer het begrip is, hoe minder strak de definitie is en hoe uitnodigender voor andere mensen. Als een immigrant hier 5 jaar woont, al die tijd gewerkt heeft en belastingen betaalde dan is die persoon voor mij Belg.
Het feit dat het recente politieke politieke discours als slagzin ’5 minuten politieke moed’ heeft zegt genoeg voor mij. BHV is voor mij niets minder dan een symptoom van een veel groter ’probleem’. De vlaamse rand rond Brussel krijgt te kampen met een steeds groter wordende stad. Dit gaat gepaard met franstalige ’migratie’ en mss zelfs een soort gentrificatie al zijn de Vlaamse randgemeenten geen stadsdeel van Brussel. Toch begint het er meer en meer die richting uit te gaan. Het is dus volgens mij belachelijk om een kiesarrondissement te splitsen zo laat na datum. Moest de politiek haar ogen open hebben gehouden de voorbije decennia dan zat ze nu niet met een institutioneel heet hangijzer dat niet meer valt te rijmen met de realiteit. Het gevolg is dat de Vlaamse politici niets anders gaan kunnen doen dan een dikke prijs te betalen voor iets wat is uitgegroeid tot een symbooldossier. Beeld u het doemscenario in dat de BHV splitsing moet worden betaald met een federale kieskring! Alles wat BHV ongedaan wilt maken krijgen we direct terug op ons bord op veel grotere schaal. De immobiliteit van de politieke besluitvorming, de moeizame regeringsvorming, the rocky road die BHV veroorzaakt en de falende communautaire dialoog zijn mij een doorn in het oog. Er zijn belangrijkere problemen in dit land die op agenda moeten worden gezet. De vorige verkiezingen werd gedomineerd door het probleem van de vergrijzing en de pensioenen. Wie heeft er de laatste maanden meer als 2 maal een politicus horen praten over actieve bevolking en haar rol in het garanderen van de welvaart en sociale bescherming?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten