dinsdag 29 januari 2008

Er zijn zo van die momenten dat ik heel even de drang krijg om met de dingen te gaan smijten. Zeker wanneer er in drie bureau’s rondom mij niemand zit maar wel alle telefoons rinkelen. ’Wees assertief en pak gewoon al 1 van die telefoons op’ denkt men dan. Zeker, goed punt, maar dan wissel ik gewoon de ene ergernis in voor de andere. ’Ik spreek geen Hongaars en collega x of y is er niet, ik zal zeggen dat u gebeld hebt’ is dan meestal de gehanteerde routine. ’Ze bellen wel terug’ en daarmee is de kous voor mij af. Tot zover mijn ergernis van de dag. Veel is er hier niet om slechtgezind van te worden. De bank ziet mij graag, en ik zie de bank graag. De mensen erin zijn nog veel vriendelijker en de Belg was van dag 1 geaccepteerd. Het werk is soms wel saai, maar voor wie niet? Ik zal misschien later in mijn droomjob terecht komen, al heb ik op dit moment niet echt een idee van wat die is. Zoo directeur staat hoog op mijn verlanglijstje maar daarvoor zal ik nog vele watertjes voor moeten doorzwemmen en ik dacht eerder aan iets op kortere termijn.

Wenen was de moeite, al was het vermoeiend en zondag heb ik het nog nooit zo hard weten waaien. De Hongaarse spoorwegen blijkbaar ook niet want onze trein terug had bijna 2 uur vertraging. Zeer moe maar content maandag terug aan mijn bureau op de bank gaan zitten en de dag rustig proberen door te komen. Ik was blij dat ik voor een heel weekend even kon vergeten dat ik ook in de rat race ben gestapt. Al is deze voor mij toch nog interessanter dan voor de gemiddelde ambtenaar. Althans daar ga ik vanuit, Hongaarse straatnamen en vreemde ontbijtkoeken maken voor mij de ochtend net dat ietsje interessanter.
Réka is na ons weekend in Wenen bijna direct op het vliegtuig gestapt samen met haar mama. Zij heeft nu een lesvrije week en ze konden erheen met goedkope vliegtuigtickets, reden temeer om toch even wat mildere temperaturen te ervaren. Ik hou mij ondertussen bezig met een pokeravond onder collega’s, is op café gaan met de collega’s, en.....zeveren op het werk met de collega’s. Een kleine anekdote om dit te illustreren.

Aan de overkant van de bank is er een soort ’kiekenkot’ restaurant. Kippenbillen, chickenburgers en alle soorten koude schotels staan daar op het menu. Zeer populair in het businessdistrict en dus vaak lange wachtrijen tot gevolg. En het is geregeld de lunchplek voor een groot aantal van mijn collega’s. Het eten daar valt bij mij ook in de smaak, al is er een klein probleempje als niemand van mijn collega’s tijd heeft om te gaan eten. Een spiekbriefje met de bestelling door een van mijn collega’s opgesteld moet dan de boodschap overbrengen. De mensen die er achter de toonbank staan zijn het engels niet machtig en hun menu is te onoverzichtelijk om als buitenlander duidelijk te maken wat ik wil. Dus klop ik op goeie dag aan bij mijn chef en 1 van mijn collega’s. ’Mannen, ik ga naar het kiekenkot, schrijf op wat jullie willen, dan breng ik het mee. Maar schrijf ook mijn bestelling op’. Na 2 minuten nadenken wat er wel en niet zou besteld worden beginnen de twee te schrijven. Na nog eens twee minuten daagt er mij plotseling iets. Als er 1 van deze twee pipo’s het waagt er een grappig woord tussen te zetten dan ga ik af als een gieter. Ik mag er niet aan denken dat ik ’twee hoeren en een maxi menu klootzak’ bestel! ’Jullie schrijven toch gewoon op wat jullie willen eten’ vraag ik, ’en niets in de trend van ’egy nagylofasz kérek szépan’ (een grote paardenlul alstublieft). Sinds die opmerking krijg ik steevast de vraag of ik een kleine of een grote paardenlul wil voor lunch of iets anders. Die twee zijn voor geen haar te vertrouwen, al zijn het wel toffe gasten.

Jens groet de dingen, en u als trouwe lezer van mijn Hongarije avonturen

ps: Vienna beeldmateriaal volgt later

Geen opmerkingen: